Problemen in het hier en nu hebben vaak hun oorzaak in het verleden. Dat is waar we bij reïncarnatie- en regressietherapie vanuit gaan. Het verleden zien we daarbij zeer ruim: het bevat de tijd van het hier en nu tot bij wijze van spreken de oerknal. Daarbij hebben we als uitgangspunt dat de mens niet alleen een verzameling biochemische processen is, maar een uniek wezen met een ziel. Een ziel die meerdere levens doormaakt.

Soms is wat we hebben meegemaakt tijdens vorige levens zó pijnlijk en verwarrend, dat we deze ervaringen niet konden verwerken. Het gevolg is dat ze na de dood als trauma’s in de ziel voortleven. Je zou dit kunnen zien als een soort litteken op de ziel. In alle daarna komende levens, inclusief het huidige leven, kan zo’n litteken onbewust actief blijven en op die manier zorgen voor beperkingen en blokkades in de vorm van diverse problemen, symptomen of klachten.

Reïncarnatie- en regressietherapie houdt in dat de cliënt samen met de therapeut op zoek gaat naar dergelijke onverwerkte ervaringen. Onverwerkte ervaringen vanuit de jeugd spelen vrijwel altijd een grote rol in het therapeutisch proces en krijgen dan ook de nodige aandacht. Daarnaast wordt aandacht gegeven aan eventuele onverwerkte ervaringen vanuit vorige levens en tijdens de conceptie, de zwagerschap en de geboorte. Door alsnog de trauma’s te verwerken, wordt iets dat ‘onaf’ was alsnog afgemaakt. Vanaf dat moment is het niet langer onbewust aanwezig. Zo kan nieuwe levenskracht vrijkomen en verdwijnen de actuele problemen.

Om te ervaren dat reïncarnatie- en regressietherapie werkt, hoef je niet in vorige levens te geloven. Wel dien je (en de therapeut) de ervaringen die boven komen, serieus te nemen.